Voor ouders

 

Iedereen heeft weleens pijn en dat is maar goed ook. Pijn is nooit leuk maar wel nuttig; het beschermt je.

 

Dit boek: ‘Mijn beschermende brein’ legt uit hoe pijn werkt in je lichaam. Elk pijntje op welke plek in je lichaam dan ook, wordt in je brein gemaakt. De pijn die je voelt is echt, je beeldt het je niet in.

‘Mijn beschermende brein’ is geschreven voor kinderen vanaf 10 jaar. Voor de iets jongere kinderen (vanaf 8 jaar) is het nodig dat ouders mee- en voorlezen.

 

Voor wie is dit boek?

  • Voor kinderen die willen weten hoe hun lichaam werkt. Hoe zit het met lichamelijke signalen als dorst, honger, emoties, vermoeidheid en pijn? De nadruk ligt op de laatste drie: wat voel je in je lichaam en hoe kunnen deze gevoelens ontstaan?
  • Voor kinderen met aanhoudende klachten als: pijn, vermoeidheid, geen zin hebben, ergens tegen op zien, slechter slapen. Klachten die niet direct een oorzaak hebben in lichamelijk letsel.
  • En als het nu begonnen is met een lichamelijke blessure en klachten gaan niet over of komen na een tijdje weer terug? Ook dán is dit boek interessant.

 

Beschermende brein:

Ons brein beschermt ons tegen gevaar, tegen dreiging. Dit gebeurt continu (dag en nacht) en (gelukkig) volledig automatisch, onbewust. We voelen deze bescherming in ons lichaam.

Ons brein maakt lichamelijke signalen als dorst, honger, vermoeidheid, pijn en beschermende emoties als boosheid, angst en verdriet.

Deze lichamelijke signalen zijn bedoeld om ons “aan het werk te zetten” om in onze behoeftes te voorzien.

Als deze beschermende signalen niet worden herkend en worden genegeerd, gaat het op langere termijn niet goed met je. Je brein gaat je in dit geval overbeschermen met de bedoeling om je wél te laten ‘luisteren’. Je voelt in dit geval pijn of vermoeidheid en je kunt je zelfs wat grieperig gaan voelen.

Deze signalen verzin je niet, ze zijn er werkelijk. Hoe dit biologisch werkt, staat uitgelegd en getekend in dit boek. Met behulp van de plaatjes kun je precies voor je zien hoe het allemaal werkt in je lichaam.

 

Een voorbeeld

Kinderen reageren op plotselinge pijn meestal heel natuurlijk: ze stoppen waarmee ze bezig zijn, voelen wat zich aandient, doen het even rustig aan, houden hun been stijf bij een wond en als de pleister aan de wond plakt al helemaal: het trekt en doet zeer om je knie te bewegen.

Het komt vaak voor dat kinderen nog enkele dagen met een stijf been lopen nadat het wondje op de knie is hersteld. Dat lijkt best gek want het kind weet best dat hij zijn knie allang weer kan buigen, en kan op verzoek prima hurken. Echter, als hij er niet bij nadenkt loopt hij met een stijf been.

Misschien zou je dit gedrag bestempelen als ‘aanstellerij’ maar het heeft écht een andere verklaring en het heeft met aanstellen niets te maken!

Het brein wil je zo goed mogelijk beschermen! Bij dit kind stond het brein nog op standje overbescherming.Het brein heeft na één negatieve ervaring (pleister die vastplakt aan wond) positieve ervaringen (en vaak meer dan één) nodig (hurken, fietsen, touwtje springen) om uit de overbeschermstand te komen.

 

Komt de dreiging waardoor het brein je gaat beschermen altijd uit je lichaam?

Het antwoord: Nee. Ons brein maakt soms ook pijn/vermoeidheid bij (ervaren) dreiging in de omgeving, bijvoorbeeld een moeilijke zwemles, een erg spannende spreekbeurt, moeilijke situaties tussen kinderen onderling in de klas, etc …

In dit geval is er geen dreiging vanuit het lichaam. De buik is gezond. Het brein maakt pijn zodat het kind niet naar die omgeving kan. De pijn is er (ook in dit geval) echt. In het boek lees je hoe dit kan en werkt. En er worden handvatten aangereikt om hiermee om te leren gaan.

 

De beschermende rol van ouders

Hoe reageer jij als je kind pijn heeft? Pijn bij jezelf kun je meestal verdragen. De wetenschap dat je kind pijn heeft is voor ouders afschuwelijk. Die pijn moet heel snel weer weg! De drive die bij ouders ontstaat vanuit de bedoeling om hun kind te helpen brengt helaas nogal eens onrust met zich mee waardoor het een averechts effect heeft op het herstel en op het verminderen van de overbescherming.

 

Hoe vaak komt pijn voor bij kinderen?

Helaas best vaak: tot 25% van de schoolgaande jeugd rapporteert aanhoudende pijn (Perquin et al, 2000).

Veel voorkomende klachten zijn: Hoofdpijn, buikpijn, en pijnklachten in rug, armen en benen.Bij 30-64% is de pijn na 4 jaar nog aanwezig en zorgt voor beperkingen in het dagelijks leven. Hiebij gaat het om schoolverzuim, afname in sociale contacten en problemen bij het kunnen uitvoeren van hobby/sportactiviteiten. Dit heeft impact op het kind en op de gezinssituatie (Mikkelson et al, 2008).                                                                          

Met dit boek hopen we preventieve invloed te hebben op het ontstaan en het voortbestaan van aanhoudende pijn- en vermoeidheidskachten bij kinderen.

 

Bestellen?